Werkstuk
van Suzanne van der Werff
Januari
2003, groep 7 de Wissel, Zevenaar.
Inhoud:
Voorwoord
De
pinguïn
De
keizerspinguïn
Wat
eten en drinken de pinguïns?
De
baltstijd
Het
bouwen van een nest en het broeden
Pinguïn
baby’s
Vijanden
Onderzoekers
Waggelende
wandelaar, diepste duiker
Mijn lievelingspinguïn: de macaronipinguïn
1. Voorwoord
Mijn werkstuk gaat over pinguïns, omdat ik het zielig vind dat ze met uitsterven worden bedreigd. En omdat ik ze grappig vind waggelen.
Mijn lievelingspinguïn is de macaronipinguïn, omdat ik hem er zo leuk en lief uit vind zien met zijn sprieten bovenop zijn kop.
Suzanne
2. De pinguïn
Pinguïns zijn niet-vliegende
zeevogels, die kunnen lopen, zwemmen en duiken. Hun vleugels zijn gevormd tot
smalle peddels waarmee ze zich voortbewegen in het water. Hun voeten en staart
zijn veranderd in stuur vlakken. In het koude water worden de pinguïns warm
gehouden door een dicht verenpak. Veel pinguïns leven in gematigde of koele
zeeën op het zuidelijk halfrond, maar zeven soorten pinguïns wonen in of
vlak bij het zuidpoolgebied. De keizerspinguïn komt alleen op de kust van de
Zuidpool voor, het is de grootste pinguïn, in goede dagen soms 40 kilo zwaar
en bijna een meter hoog. Dat is ongeveer net zo zwaar als een kind uit onze
groep. De keizerspinguïn broedt op de Zuidpool.
3. De keizerspinguïn

Er zijn 18 soorten pinguïns. De
keizerspinguïn is het grootst. Hij kan heel lang worden. De keizers pinguïn
heeft een witte buik, zijn rug is blauwgrijs. En de kop is pik zwart. Over
zijn zwarte snavel loopt een streep. Op de kop en borst zit een oranje-gele
vlek. Begin april wanneer de meeste dieren van de Zuidpool naar het Noorden
trekken, begint de keizerspinguïn
aan zijn lange reis van 100 kilometer naar het zuiden naar zijn gebruikelijke
broedplaatsen op het zee-ijs.
Om
bij de broedplaatsen te komen moeten de vogels een enorme afstand afleggen in
het donker.
Begin
mei legt het vrouwtje haar ei en keert terug naar open zee. Daarna laat het
mannetje zijn geweldige uithoudingsvermogen zien. Tijdens de ijskoude winter
broedt hij het ei uit op zijn voeten onder een warme huidplooi. Dit betekent
dat het mannetje twee maanden niet kan eten, en wel de helft van zijn
lichaamsgewicht kan verliezen. Het vrouwtje keert in juli terug om het
uitgekomen kuiken te voeden.
In
januari is het keizers kind al aardig groot en krijgt net zo’n glad verenpak
als zijn moeder. Dat is nodig ook, want het ijs begint te breken en het
visrijke water wacht.
Bij
de andere poolpinguïns komen de jongen dan pas uit het ei. Deze kleinere
soorten hebben genoeg aan de korte zomer om hun jongen groot te brengen. Wel
hebben ze vaak problemen om een geschikte nestplaats te vinden. Elke zomer
komen er ruim 50 miljoen pinguïns naar de zuidpool. Dus dat is dringen voor
de sneeuwvrije strandjes en rotspunten.
Als
mensen zo’n plaats gebruiken, betekent dat meteen minder plek voor de pinguïns.
Gelukkig is er in 1992 een verdrag gesloten, waarin de verschillende landen
hebben afgesproken om in ieder geval de komende 50 jaar geen olie en andere
stoffen uit de grond van de zuidpool te halen.
4. Wat eten en drinken de pinguïns?
Keizerspinguïns
kunnen meer dan 250 meter diep duiken om hun prooi te vangen. Kleinere pinguïns
jagen meer bij de oppervlakte van het water. Omdat de Zuidpool bijna helemaal
bedekt is met ijs is er niet veel eetbaars te vinden. Maar in zee is er heel
veel voedsel. Er zijn volop drijvende miniplantjes en minidiertjes,
minikreeftjes, vissen en zeewier. Alle pinguïns drinken zoet en zout water en
soms als het nodig is ‘drinken’ ze sneeuw.
5.
De baltstijd
Dit is de tijd die vooraf gaat aan de broedtijd. In deze tijd, die je het beste kunt vergelijken met de verlovingstijd bij mensen, gaat het mannetje op zoek naar een wijfje. Als het mannetje een aardig wijfje gevonden heeft begint de balts. Het mannetje en het vrouwtje maken dan harde geluiden en steken hun snavel omhoog. De flippers steken ze dan meestal naar voren. Plotseling laten ze allebei de kop zakken tot bijna op de grond. Het volgende ogenblik zwaaien ze met de kop heen en weer. Even later draaien ze om elkaar heen. Na een tijdje gaan ze met de borst en de hals tegen elkaar staan. Hun snavel zo hoog mogelijk in de lucht. Dat gaat zo een hele tijd door.


6. Het
bouwen van een nest en het broeden
Na het baltsen vind de paring plaats.
Daarna begint de broedperiode.
Na een periode die verschilt per soort, legt het pinguïnvrouwtje 1 of soms 2
eieren tegelijkertijd. Eieren uitbroeden gebeurt door warmte. Een vogel, dus
ook de Pinguïn, gebruikt daar zijn eigen lichaamswarmte voor.
De
meeste pinguïns keren ieder jaar terug naar dezelfde plaats om jongen te
krijgen. Sommige zwemmen duizenden kilometers om er te komen. Ze gebruiken
waarschijnlijk de zon als gids.

Ezelspinguïn in nest
Als
ze dan op het land zijn maken ze daar een nest. Voor nesten die op de grond
worden gebouwd, gebruiken de pinguïns allerlei materialen. Gras gebruiken ze
graag, maar als dat niet in de buurt is te vinden, kunnen takjes zeewier,
veren en mos ook dienst doen. In koudere streken groeien vaak geen planten die
geschikt zijn om een nest van te maken. De pinguïns verzamelen dan stenen als
bouwmateriaal voor hun nest. Sommige pinguïns maken ook een hol in de grond
dat is lekker warm en veilig.
7. Pinguïn
baby's
Pinguïn
baby’s hebben altijd honger. Hun ouders moeten elke dag vele keren naar de
oceaan om voldoende vis te vangen. De ouders voeden hun kuikens soms bijna 1
kilo vis per uur. Als pinguïnkuikens groter worden, komen ze bij elkaar in
een soort ‘crèche’. Vaak met duizenden
tegelijk. Dat is lekker veilig en warm. De ouders moeten keihard werken
om voedsel te halen voor hun dikke donzen kinderen.

Ze
weten in alle drukte hun eigen jong terug te vinden. Dat herkennen ze aan het
geluid. Pinguïns hebben een schetterende roep. Bij iedere soort en bij ieder
dier klinkt het weer anders.
Na
een poos raken de jongen hun wollige dons kwijt. Ze krijgen echte veren.
Daarna gaan ze allemaal de zee in zonder hun ouders.
8. Vijanden
Pinguïns moeten voor 4 dieren uit kijken, dat zijn :
1.
De zwaardwalvis:
De zwaardwalvis is een
hele grote walvis die in de koude zee zwemt. Hij vangt de pinguïns en eet ze
op.
2.
De skua:
De skua is een vogel. Hij is dol op de eieren van de pinguïns. Ook lust hij graag een klein pinguïnkuiken.
3.
De walrus:
De walrus wacht de pinguïns in ondiep
kustwater op. Dan vangt hij de pinguïns en eet ze op.
4.
De orka:
Ook de orka wacht de pinguïns
op in het kustwater.
9.
Onderzoekers
Er
wonen geen mensen op de Zuidpool. Maar er komen wel onderzoekers naar toe.
Zij
onderzoeken bijvoorbeeld hoe koud het kan worden. En welke dieren er precies
leven en hoe die dieren leven.
Als
de onderzoekers bij de pinguïns komen, blijven ze rustig staan. Ze doen geen
stap op zij voor de mensen. Soms lopen de onderzoekers dicht langs de pinguïns.
Dan krijgen ze een pik van hun snavel. Die pik geven de pinguïns zonder
verder een poot te verzetten.
De
onderzoekers komen met een vliegtuig naar de Zuidpool. Onder de vliegtuigen
zitten lange latten. Dat zijn ski’s. Op die ski’s landen de vliegtuigen.
De onderzoekers verblijven in eenvoudige huizen. De huizen zijn met de vliegtuigen meegekomen.Er is goede verwarming in de huizen. Dat is ook wel nodig. Het is er in de winter zo koud,dat de adem van de mensen bevriest. Daarom dragen de mensen extra dikke kleren.
10.
Waggelende wandelaar, diepste duiker
Pinguïns
zijn helemaal aangepast aan het zeeleven. Hun dichte verenpak houdt het koude
zeewater tegen. En hun vleugels zijn net vinnen. Ze kunnen er enorm snel mee
onder water peddelen. Ze hebben ‘roeivleugels’ en ‘stuurpoten’. Soms
duiken ze als dolfijnen boven en onder water. Als ze boven water komen halen
ze adem terwijl ze keihard door zwemmen.
Pinguïns
zijn de snelste, diepste en langste duikers van alle vogels. Ze kunnen 27
kilometer per uur zwemmen, 500 meter diep zwemmen
en 18 minuten onder water blijven. Maar vliegen kunnen ze niet. Op het
ijs glijden ze op hun buik. En lopen gaat maar moeilijk.
Omdat hun zwempoten zover naar achteren staan, waggelen pinguïns op het land
als onhandige obers. Ze komen alleen aan wal om te rusten en om eieren te
leggen.
Bijna alle pinguïns krijgen hun jongen in
de voedselrijke zomer. Als enige blijft de Keizerspinguïn achter in de
donkere winter van de Zuidpool.
Maar hoe kunnen pinguïns warm blijven? Door hun superdikke, waterdichte
verenkleed. De veren hebben aan de onderkant dons. Ze passen als schubben over
elkaar. En pinguïns hebben ook een vetlaag onder hun huid. Hoe kouder de plek
waar ze leven hoe dikker de vetlaag.
![]() |
Er
bestaan verschillende duikdieptes:
|
De duikdiepte schijnt in verhouding met de lichaamsgrootte te staan.
11.
Mijn lievelingspinguïn: de macaronipinguïn
Macaronipinguïns
kan men alleen maar verwarren met schlegelpinguïns.
Macaronis
en schlegelpinguïns zijn de grootste van de kuifpinguïns. Ze hebben beiden een
oranje-gelekuif. De macaronipinguïn heeft een zwarte keel, terwijl een
schlegelpinguïn een witte keel heeft.
Macaronipinguïns
zijn 60 tot 70 centimeter groot.
Vrouwtjes
zijn gewoonlijk iets kleiner dan de
mannetjes.
Hun
gewicht varieert in de loop van het jaar tussen 4 en 5,5
kg.
Macaronipinguïns
nestelen in eenvoudige in modder of zachte bodem uitgegraven holen tussen de
rotsen. Op zee leven de paren gescheiden, ze zijn alleen tijdens de broedperiode
samen. Er worden 2 eieren gelegd, waarvan er maar een wordt uitgebroed. Ze
broeden voor het eerst als ze ongeveer 6 jaar zijn.
Ze
eten bijna alleen maar krill (een soort garnaal), voor 5 % aangevuld met
inktvisjes.
